En toen was het stil in huis

Ondanks dat Tica en Pritt er zijn is het stil in huis. Heel stil. Iedere kat heeft zijn eigen gewoonten en geluiden. Ik mis die van jou, lieve Bacchus.

Afgelopen zondag zei ik tegen Niels bij het opstaan: “er is iets met Bacchus, hij is anders dan anders.” Hoe kon ik weten dat je er drie dagen later niet meer zou zijn. Het is snel gegaan. Heel snel. Je had al jaren een hartaandoening die steeds erger werd en in combinatie met je falende nieren deze week was het op. Over en uit. Vanmorgen overleed je naast me in de auto. Ik stopte op een parkeerplaats en aaide je. Zo vreemd om je luide spinnen niet te horen terwijl ik m’n hand op je legde. Het klopte niet.

Bang voor alles

Als klein kitten kwam je bij me wonen. Nog bang voor je eigen schaduw. Je bent een voorbeeld voor wat geduld en vrijheid met een bange kat kunnen doen. Ik drong me niet op, liet je je eigen ding doen. Tot je opeens na ongeveer 3 maanden naar me toe kwam en me een kopje gaf. Ik weet het nog goed, ik zat op het toilet of all places! Die kopjes veranderden al snel in kopstoten. Ik stak m’n vuist uit, zei “boks!” en jij knalde met je kop tegen mijn hand. Die angst is helaas je eerste levensjaren nooit helemaal verdwenen en na onze verhuizing naar Rotterdam bleef je in eerste instantie achter de verwarming geplakt zitten. Toen je voor de 2e of 3e keer buiten kwam, bleef je meteen 3 weken weg. Stress! Ik was zo blij toen ik je vond nadat ik de hele wijk had behangen met flyers. Ik werd zelfs in de supermarkt aangesproken: “heb je je kat al gevonden?”

Samen slapen

Na je avonturen in de wijk, heb je een paar maanden angstremmers geslikt, wat een wereld van verschil. Knuffelkont als je was geworden, vond je het heerlijk om luid spinnend op m’n bed te liggen slapen. Jij was de enige van de drie katten die bij me mocht slapen. Je gooide niks van het nachtkastje, groef niet in m’n dekbed en ging niet op m’n hoofd liggen. Het enige wat je wilde was even knuffelen en daarna lekker slapen. Zodra ik de lichten in woonkamer uitdeed ’s avonds stond je al voor de gangdeur om vervolgens op bed te zitten wachten op de knuffelsessie. Ik heb hard gelachen toen er eens vrienden van me logeerden. Zij sliepen in mijn bed, ik op de bank. In afwachting van je knuffelsessie zat je op mijn bed tot mijn vrienden in bed stapten. Je keek verschrikt en rende snel weer terug naar de woonkamer. Dat was niet de bedoeling! Je gaat toch niet bij vreemden op bed liggen?

Schijn bedriegt

Je was de meest zachtaardige kat die ik ken. Nooit bijten, krabben of blazen naar mensen. Altijd knuffelen. Je viel vaak bijna om, zo hard drukte je je kop in mijn hand als ik je kin aan het kriebelen was. Je ving geen vogels of muizen. Ja, één keer zat je trots, maar ook een beetje onwennig, naast een dode muis. Ik vermoed dat je dat muizenlijkje gewoon ergens gevonden had. Hoe anders was je tegen indringers in de tuin. Niks zachtaardig. Weg ermee. Dit was jouw tuin. Zo grappig, Pritt komt een andere kat tegen in de tuin en rent snel naar binnen, jij zag een andere kat vanuit het raamkozijn en rende snel naar buiten om hem weg te jagen. Dit lukte trouwens niet altijd. Zo was er anderhalf jaar geleden een zwerfkat die jou, Tica en Pritt buitensloot en zelf prinsheerlijk op de bank in huis ging liggen. Zijn huis! Gelukkig vond ik een goed huis voor hem en waren jullie van hem af.

Dit zijn slechts een paar herinneringen die ik aan je heb. Ik neem ze voor altijd met me mee.

Lief Bacchje, rust zacht. Boks!

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *