‘Wat kan ik doen om jou leven te verrijken?’ en ‘Wat kunnen anderen doen om mijn leven te verrijken?’ zijn twee vragen die horen binnen een van de principes van de verbindende communicatie (non-violent communication, NVC). Het uitgangspunt is dat bijdragen aan het aan het welzijn van anderen iets is wat mensen van nature graag doen. NVC gaat er vanuit dat er universele behoeften bestaan, zoals verbinding, zorg en rust. Dit betekent niet dat iedereen altijd dezelfde behoeften heeft. Als ik afspreek met een vriendin kan het zijn dat zij behoefte heeft aan plezier, terwijl mijn behoefte vooral rust is. Met NVC erkennen we deze behoeften bij elkaar zonder hierover te oordelen. We nemen beide behoeften mee in het besluit over wat we gaan doen. We kunnen erop uitkomen dat we samen iets gaan ondernemen, maar het kan ook zijn dat ik thuis blijf en de vriendin met iemand anders een creatieve workshop gaat volgen. Goed, ik merk dat ik de neiging heb verder en verder uit te wijden over NVC, maar daar gaat deze tekst niet over. Hij wordt zonder deze uitleg al lang genoeg. Wel gaat dit blog over twee behoeften de afgelopen tijd een hoofdrol in mijn leven spelen: lichtheid en speelsheid.
Mag ik een wit strand met hangmat?
Tig keer verhuizen, ziekmelden door de stress die dit meebracht, een verbroken relatie, het overlijden van een goede vriend, aanhoudend huizengedoe…..er lag -en ligt- best veel op mijn bord de laatste tijd. Niet het meest aangename jaar in mijn leven. Het liefst zou ik een tijdje vertoeven op een wit strand met hangmat, boek en cocktail, even verdwijnen. Om weer terug te komen als alles gewoon automagisch hopseflops opgelost is. Leuke fantasie, maar helaas werkt het niet zo (waarom nou niet?). Tijd om te achterhalen hoe ik het onaangename jaar wat aangenamer kan maken. Welke behoeften spelen op dit moment een belangrijke rol in m’n leven? De meest voor de hand liggende behoefte is rust. Die resoneert bij me, maar ik ga er niet van ‘aan’. Waar ik wel van aan ga, zijn de speelsheid en lichtheid. Als ik eraan denk dat die vervuld worden, voel ik me instant lichter en ietwat vrolijker.
Speelsheid en lichtheid
Nou kan ik anderen vragen dit in mijn leven te brengen, maar makkelijker is het om zelf aan de gang te gaan. Ik zie een stapel kleurrijk papier en karton met diverse patronen liggen in de hoek van de woonkamer. Het resultaat van creatieve uitbarstingen tijdens een cursus en thuis samen met een vriendin. Kleuren en patronen maken me meestal wel blij, wat nou als ik daar kaartjes voor anderen van ga maken? En ga ik die dan opsturen of op een andere manier uitdelen? Na een korte brainstormsessie met mezelf ga ik aan de slag. Ik maak kaartjes, schrijf er teksten op, en neem ze mee naar kantoor. Daar leg ik de kaartjes neer bij koffieautomaten, printers, wastafels in toiletten. Hoe leuk is het als je onverwacht zo’n kaartje vindt? En als niemand dat leuk vindt, heb ik in ieder geval plezier gehad met het maken en verspreiden van de kaartjes.
Kleine maan
Maar er speelt meer dan de behoefte aan die speelsheid en lichtheid. De laatste tijd valt het me steeds zwaarder dat ik alles -altijd- alleen moet doen. Natuurlijk krijg ik steun van de mensen om me heen. Ze helpen me, luisteren naar me, reflecteren, maar ik ben altijd degene die uiteindelijk verantwoordelijk is voor de besluiten en de uitvoering. Ik kan niet naar dat witte strand gaan en iemand anders vragen dingen op te lossen. Het gaat hier niet om het hebben van een partner, wel om het niet iets uit handen kunnen geven, dat iemand anders zegt: ik regel dit, jij hoeft er niet meer over na te denken. Misschien wil ik ondersteuning. Of samenwerking. Of dat er iemand aan me denkt, het me gemakkelijk maakt. Ik krijg de neiging toch iemand te vragen om mijn leven voor me waar te nemen terwijl ik ga chillen. Dat is wel vragen om de maan, en ik acht de kans zeer klein dat iemand hier ja op zegt. Ik ga voor een kleinere maan. Dat vind ik spannend genoeg. Ik vraag aan vrienden en online contacten of ze me een kaartje willen sturen. Iets vrolijks, grappigs, liefs, iets waar de ander blij van wordt en wil delen. Ondanks dat het een relatief kleine maan is waar ik om vraag, komen er direct allemaal oordelen over mezelf naar boven: raar, behoeftig, sneu, dit zou je toch niet nodig moeten hebben? We zijn in het algemeen niet gewend te vragen om iets wat je nodig hebt. En toch kan je maar beter duidelijk zijn in je verzoek. En een nee kunnen accepteren, het verzoek dus geen eis maken.

Het is nu ruim twee maanden geleden dat ik het verzoek deelde en vorige week vond ik nog een kaartje in de bus. Zo leuk! Elke keer maakt mijn hart een sprongetje, een moment van blijheid en nieuwsgierigheid. Van wie komt de kaart? Wat staat erop? Ze komen niet alleen van vrienden, ook van mensen die ik alleen online ken. De kaartjes staan uitgestald op een kastje in mijn woonkamer. Daar blijven ze nog wel even staan.
Voor als ik weer eens vergeet dat mensen echt wel bereid zijn iets voor een ander te doen.